Hoe wordt de verlof- en ATV-opbouw berekend?


Het verlof van medewerkers wordt in humanwave per kalenderjaar berekend. 


  • Wanneer het contract van een medewerker niet over een volledig kalenderjaar loopt, wordt de verlofopbouw berekend op basis van het aantal werkzame maanden binnen het betreffende kalenderjaar. 
  • Wanneer het contract van een medewerker bijvoorbeeld loopt van augustus 2016 tot juli 2017, wordt in de planning van de medewerker het aantal verlofdagen getoond waar hij of zij in 2016 recht op heeft. Met ingang van het nieuwe kalenderjaar wordt ook de nieuwe verlofopbouw berekend. In dit geval van januari tot juli 2017.
  • De medewerker hoeft niet elke maand verlof op te sparen. Met ingang van het contract worden alle verlofdagen waar de medewerker recht op heeft getoond. De medewerker kan zijn/haar verlofdagen aanvragen wanneer de medewerker dit wenst. Hoe dit in zijn werk gaat, is in andere help files te vinden.


Bij de berekening van de verlofopbouw kijken we naar verschillende parameters:


  • De FTE van de medewerker.
  • Het verlofrecht van de medewerker (dit wordt op jaarbasis vastgelegd op basis van een full time contract).
  • Het aantal maanden dat de medewerker een actief contract heeft in het jaar.
  • Het verlofrecht (inclusief eventuele extra senioriteits- en leeftijdsdagen).


Het verlofrecht wordt op de volgende manier berekend:

Verlofrecht / 12 * FTE * Aantal maanden actief in het betreffende jaar.


Voorbeeld 1:

Een nieuwe werknemer begint op 10 oktober 2016. Hij heeft een FTE van 1 (40 uur in de week). Zijn verlofopbouw is 200 uren (25 dagen) op jaarbasis, waarvan 160 uur wettelijk verlof en 40 uur bovenwettelijk verlof. Hoeveel verlof uren heeft deze nieuwe werknemer tot het einde van 2016?


Wettelijke verlof uren

Allereerst berekent u het aantal wettelijke verlof uren per maand:

160/12 = 13.3333 wettelijke verlof uren per maand.


De werknemer begint 10 oktober, dus er blijven nog 2 volle maanden over tot het einde van het jaar (november en december). Daarom moet het aantal wettelijke verlof uren per maand vermenigvuldigd worden met 2.

2*13.3333 = 26.6666 wettelijke verlof uren per twee maanden (november en december).


Vervolgens dient er verlof berekend te worden voor het aantal dagen resterend in de maand oktober. In het geval van de werknemer die 10 oktober begint krijgt u:

13.3333*(31-10+1)/31 = 9.4623 wettelijke verlof uren resterend in de maand oktober.


Wanneer je de maanden optelt bij het verlof resterend in de maand oktober krijgt u:

26.6666 + 9.4623 = 36.1290 wettelijke verlof uren tot het einde van het jaar.


Bovenwettelijke verlof uren

Hier voeren we dezelfde berekening uit als hierboven beschreven, alleen gebruiken we dit keer 40 verlof uren i.p.v. 160. Dit zijn de bovenwettelijke verlof uren. 

40/12 = 3.3333


De werknemer begint 10 oktober, dus er blijven nog 2 volle maanden over tot het einde van het jaar (november en december). Daarom moet het aantal bovenwettelijke verlof uren per maand vermenigvuldigd worden met 2.


2*3.3333 = 6.6666 bovenwettelijke verlof uren per twee maanden (november en december).


Vervolgens dient er verlof berekend te worden voor het aantal dagen resterend in de maand oktober. In het geval van de werknemer die 10 oktober begint krijgt u:

6.6666*(31-10+1)/31 = 2.3655 bovenwettelijke verlof uren resterend in de maand oktober.


Wanneer je de maanden optelt bij het verlof resterend in de maand oktober krijgt u:


6.6666 + 2.3655 = 9.0322 bovenwettelijke verlof uren tot het eind van het jaar.


Totaal verlof resterend in het jaar 2016

Tel het bovenwettelijk verlof op bij het wettelijk verlof en u heeft het totaal aantal verlof uren tot het einde van het jaar.

36.1290 + 9.0322 = 45.1613 verlof uren resterend in het jaar 2016.


Voorbeeld 2:

Een werknemer had in 2016 een FTE van 1 en gaat in 2017 naar een FTE van 0.7. Hij heeft recht op 220 verlof uren per jaar en hij is nog precies 7 maanden in dienst. Hoeveel verlof uren krijgt deze medewerker in het jaar 2017 voor de tijd dat hij nog in dienst is?


Allereerst berekent u het aantal verlof uren per maand (zowel wettelijk als bovenwettelijk):

160/12 = 13.3333 wettelijke verlof uren per maand.

60/12 = 5 bovenwettelijke verlof uren per maand


Vervolgens telt u deze twee bij elkaar op om het totale verlof per maand te krijgen:

13.3333 + 5 = 18.3333


Vermenigvuldig het aantal verlof uren per maand met 7. Dit doet u omdat de werknemer nog 7 maanden in dienst is.

18.3333*7 = 128.3331 verlof uren voor 7 maanden dat de werknemer nog in dienst is.


Dit getal is gebaseerd op 1 FTE. De werknemer gaat naar 0.7 FTE, dus dient de verlofopbouw vermenigvuldigd te worden met 0.7.

128.3331*0.7 = 89.8332 verlof uren voor 7 maanden bij 0.7 FTE.


Voorbeeld 3:

Een werknemer heeft een verlofrecht van 210 uur (160 wettelijke verlof uren en 50 bovenwettelijk verlof uren) op jaarbasis bij 1 FTE. De werknemer heeft een FTE van 0.25 en is in dienst vanaf 20 maart. Bereken zijn totale verlof opbouw tot het einde van het jaar.


Wettelijke verlof uren

Allereerst berekent u het aantal wettelijke verlof uren per maand:

160/12 = 13.3333 wettelijke verlof uren per maand.


De werknemer begint 20 maart, dus er blijven nog 9 volledige maanden over. Het aantal wettelijke verlof uren per maand moeten dus vermenigvuldigd worden met 9: 13.3333*9 = 120 wettelijke verlof uren per 9 maanden.


Vervolgens dient er verlof berekend te worden voor het aantal dagen resterend in de maand maart. In het geval van de werknemer die 20 maart begint krijgt u:

13.3333*(31-20+1)/31 = 5.1613 wettelijke verlof uren resterend in de maand maart.


Wanneer u het aantal wettelijke verlof uren resterend in de maand maart optelt bij het aantal wettelijke verlof uren van de 9 maanden dat de werknemer in dienst is tot het einde van het jaar, krijgt u:

120 + 5.1613 = 125.1613 wettelijke verlof uren tot het eind van het jaar.


Bovenwettelijke verlof uren

Allereerst berekent u het aantal bovenwettelijke verlof uren per maand:

50/12 = 4.1667 bovenwettelijke verlof uren per maand.


De werknemer begint 20 maart, dus er blijven nog 9 volledige maanden over. Het aantal bovenwettelijke verlof uren per maand moeten dus vermenigvuldigd worden met 9:

4.1667*9 = 37.5 bovenwettelijke verlof uren per 9 maanden.


Vervolgens dient er verlof berekend te worden voor het aantal dagen resterend in de maand maart. In het geval van de werknemer die 20 maart begint krijgt u:

4.1667*(31-20+1)/31 = 1.6130 bovenwettelijke verlof uren resterend in de maand maart.

 

Wanneer u het aantal bovenwettelijke verlof uren resterend in de maand maart optelt bij het aantal bovenwettelijke verlof uren van de 9 maanden dat de werknemer in dienst is tot het einde van het jaar, krijgt u:

37.5 + 1.6130 = 39.1130 bovenwettelijke verlof uren tot het eind van het jaar.


Totaal verlof resterend tot einde van het jaar

Tel het aantal wettelijke verlof uren op bij het aantal bovenwettelijke verlof uren:

39.1130 + 125.1613 = 164.2743


Het totaal aantal verlof uren voor de rest van het jaar is nu berekend bij 1 FTE. De werknemer had echter een FTE van 0.25. Het totaal aantal verlof uren moet vermenigvuldigd worden met 0.25:

164.2743*0.25 = 41.0686 verlofuren tot het eind van het jaar bij 0.25 FTE.